Vroeger wisten we of we goed geslapen hadden omdat we uitgerust wakker werden. We wisten of een wandeling fijn was door de wind op onze huid en de rust in ons hoofd. We wisten of een boek goed was omdat het nog dagenlang door onze gedachten spookte. Die interne zekerheid had geen bevestiging nodig maar was er gewoon.
Vandaag de dag is dat anders. We kijken op onze pols om te zien of we diepe slaap hebben gehad: 82% efficiëntie, 1 uur en 14 minuten REM. We controleren Strava om te valideren of de wandeling wel fysiek nut had: 6,4 kilometer, 400 calorieën verbrand, nét iets sneller dan vorige week. We checken Goodreads voor recensies voordat we beslissen of een boek de moeite waard is en we scannen onze tijdlijn om aan de hand van likes te bepalen of onze gedachten bestaansrecht hebben. Ergens onderweg zijn we gestopt onszelf te vertrouwen. In de plaats zijn er getallen gekomen.
Neem die slaapscore. Je wordt uitgerust wakker, rekt je uit, voelt je prima. En dan kijk je op je horloge: 60%. Plots klopt er iets niet meer. Het apparaat heeft een probleem gecreëerd dat er zonder het apparaat helemaal niet was geweest. Niet de meting heeft je slechter laten slapen; de meting heeft je doen twijfelen aan het tegendeel. En wat nou als je horloge 100% score aangeeft? Als je je uitgerust voelt, dan heb je die bevestiging toch ook niet nodig?
De instrumentele rede en haar kinderen
Dit is geen nieuw verschijnsel. Theodor Adorno en Max Horkheimer beschreven al in hun Dialectiek van de Verlichting hoe de Westerse rede zichzelf langzaam heeft omgevormd tot een instrument van beheersing. Wat zij de instrumentele rede noemden, is het denken dat alles reduceert tot middel en doel, tot input en output, tot wat meetbaar en bruikbaar is. De rede was bedoeld als bevrijding, maar werd een machine die de wereld in categorieën drong die optimalisering toelieten. Wat zich niet liet meten, telde niet mee.
Wat Adorno en Horkheimer beschreven als een politieke en culturele tendens, is inmiddels een project gericht op de persoon geworden. Het heeft een naam: de Quantified Self. De beweging ontstond rond 2007 in Silicon Valley en vertrok vanuit een nobele gedachte: zelfkennis door zelfmeting. Wearables, apps en dashboards zouden ons inzicht geven in onze eigen patronen. Dat werkt, maar alleen binnen heldere grenzen. Een hardloper die zijn tijden bijhoudt om zijn conditie te meten of een doel te bereiken, gebruikt data zoals het bedoeld is: als gereedschap voor een specifiek doel. Het probleem begint wanneer dat gereedschap van iedereen wordt verwacht, voor alles, altijd. Meting creëert de behoefte aan meting. We zijn data gaan bijhouden van dingen die daarvoor nooit interessant waren en die eigenlijk nog steeds niet interessant zijn.
Socioloog William Bruce Cameron schreef in 1963 iets dat eigenlijk altijd aan Einstein wordt toegeschreven: "niet alles wat telt, laat zich tellen, en niet alles wat zich laat tellen, telt". Het klinkt eenvoudig, maar het verwoordt een spanning die we systematisch negeren: de dingen die het meest uitmaken in een mensenleven laten zich niet uitdrukken in een getal, en worden daarom steeds verder naar de rand van onze aandacht gedrongen.
De kolonisatie van de eigen waarneming
Het probleem van de metriek is niet alleen epistemologisch. Het gaat niet alleen om wat we weten, maar ook om wat we voelen en hoe we leren te wantrouwen wat we voelen. Filosoof Charles Taylor beschreef in The Ethics of Authenticity hoe authenticiteit uitgehold raakt wanneer mensen ophouden zichzelf als bron van betekenis te zien en die betekenis gaan ontlenen aan iets buiten hen: de markt, de menigte, de norm. De Quantified Self is precies zo'n beweging naar buiten, maar dan naar het algoritme. Mijn gevoel dat ik uitgerust ben, wordt vervangen door de conclusie van mijn horloge. Mijn beleving van de wandeling wordt gecorrigeerd door mijn telefoon.
Het slaapvoorbeeld laat precies zien hoe dat werkt. Als je je uitgerust voelt, dan heb je goed genoeg geslapen, wat het horloge ook zegt. Een slechte score na een avond drinken met vrienden vertelt je niets wat je niet al wist: je kan je ook wel voorstellen dat alcohol geen positieve invloed op je slaapkwaliteit heeft. En toch kijken we. En toch twijfelen we. Het resultaat is dat je je eigen waarneming niet meer helemaal vertrouwt zonder externe bevestiging. Bovendien vernietigt vergelijking de uniciteit van ervaring. Mijn vakantie wordt afgemeten aan die van jou op basis van likes. Mijn conditie wordt getoetst aan het gemiddelde van mijn leeftijdsgroep. Wat daarin verdwijnt, is het onherhaalbare karakter van wat ik beleef. Als ik heerlijk door een bos heb gewandeld, dan maakt het voor de ervaring zelf niet uit dat iemand anders nét iets langer of sneller door een bos heeft gewandeld.
Michel Foucault wees erop dat macht niet alleen van buiten komt, maar dat mensen leren zichzelf te disciplineren naar de normen die systemen van hen verwachten. De Quantified Self is vrijwillige zelfbewaking. We kopen het apparaat, installeren de app, bekijken de grafieken en passen ons gedrag aan op basis van wat de grafiek zegt, niet op basis van wat we voelen. De metriek maakt van het leven een prestatie. Een wandeling is niet langer een doel op zich maar een middel: 10.000 stappen halen, een streak in stand houden, de ring sluiten. Nassim Nicholas Taleb waarschuwt in zijn werk consequent voor het verwarren van de kaart met het territorium, oftewel het model met de werkelijkheid zelf. We navigeren onze eigen levens met kaarten die we voor de werkelijkheid zijn gaan houden.
De metriek als architectuur
Deze drang tot kwantificering beperkt zich allang niet meer tot ons lichaam. Ze heeft het internet overgenomen en daarmee onze cultuur. Het web was ooit een vrijplaats: obscure hobby's, warrige dagboeken, vergeten forums over het kweken van cactussen. Niets daarvan was geoptimaliseerd. Nu is elke uiting verweven met een feedbackloop. Contentmakers, journalisten en zelfs vrienden worden gedwongen te denken in bereik, clicks en conversie. De metriek bepaalt de vorm: een titel moet clicks opleveren, een video moet binnen drie seconden de aandacht grijpen en een tekst mag niet te complex zijn, want dat verlengt de leesduur en verhoogt de bounce rate.
Hoe meet je de waarde van een website die slechts door drie mensen wordt bezocht, maar die enorm waardevol is voor bijvoorbeeld een scriptie van een student? In de database van Google is die site een mislukking, in de realiteit is het misschien de meest waardevolle bron die iemand die week leest. Maar de metriek maakt dat onderscheid niet en kan dat onderscheid ook helemaal niet maken. De metriek is er niet voor gemaakt.
Data als hint, niet als oordeel
De metriek belooft controle, maar wat het werkelijk doet is de ervaring vervangen door een representatie ervan. Geen absolute weergave van de werkelijkheid, maar een versimpelde afspiegeling die we klakkeloos zijn gaan geloven. We moeten leren bewust om te gaan met wat die cijfers zijn: een hint, geen vonnis. Data mag informeren, maar niet oordelen. Dat oordeel over hoe je je voelt, wat je beleeft, of een nacht goed was, is van jou, niet van een algoritme. Data is geen waarheid, het is maar een getal.
Bibliografie
- Theodor Adorno en Max Horkheimer - Dialectiek van de Verlichting
- Charles Taylor - The Ethics of Authenticity
- Michel Foucault - Discipline and Punish
- Nassim Nicholas Taleb - The Black Swan
- William Bruce Cameron - Informal Sociology